‘Het had erger kunnen zijn’, maar dat maakt het niet minder moeilijk
Dankbaar zijn voor wat er wél is, en tegelijkertijd verdrietig zijn om wat je bent kwijtgeraakt. Dat kan allebei.
Soms hoor je het van anderen. Soms zeg je het tegen jezelf: Ik mag niet klagen. Het had ook erger kunnen zijn.
En natuurlijk kun je dankbaar zijn voor dingen die nog wel lukken. Voor een fijne dag, een gesprek met iemand die je begrijpt of een wandeling waarop je je even jezelf voelt. Maar dat betekent niet dat je niet verdrietig mag zijn om alles wat veranderd is.
Afgelopen vrijdag was het 16 oktober. Voor mij is dat geen gewone datum. Op 16 oktober 2018 kreeg ik een ongeluk dat mijn leven veranderde. Twee jaar geleden begon ik op diezelfde datum met Chronisch Geluk. Ik hoopte dat de dag daardoor voortaan ook iets positiefs zou betekenen.
Vorig jaar, op de eerste verjaardag van mijn bedrijf, voelde ik vooral hoe graag ik wilde dat het anders was gelopen. Ik wilde mijn bedrijf kunnen vieren, ik wilde dat ik die tijd ervoor helemaal achter me had gelaten en dat ik er niet meer op terug zou hoeven kijken.
Maar bedenken dat je iets achter je wilt laten, betekent niet dat je het ook daadwerkelijk achter je kúnt laten. Hoewel ik vorig jaar ook al wel trots was op wat ik had opgebouwd, voelde 16 oktober toen voor mij nog steeds vooral als een dag van verlies.
Dit jaar was dat voor het eerst anders.
Wat er precies anders was weet ik niet zo goed. Maar wat ik wel weet: Ik vierde vorige week dat Chronisch Geluk twee jaar bestaat. Ik stond stil bij wat ik heb opgebouwd, bij de mensen die ik heb mogen begeleiden en bij de betekenis die mijn werk voor mij heeft. Ik stond stil bij dat ik mijn kennis en ervaring mag delen in meerdere landelijke vakbladen en ik stond stil bij dat ik een traject heb ontwikkeld dat door deelnemers gemiddeld met een 9,6 wordt beoordeeld. Dingen waar ik trots op ben, en die ik twee jaar geleden nog niet op deze manier had kunnen voorzien.
Mijn gezondheid is niet ineens veranderd en ik heb mijn oude leven niet terug. Toch was er dit jaar ruimte om te vieren.
Dat vond ik bijzonder. Het zette me aan het denken over iets wat ik in mijn werk als psycholoog en ervaringsdeskundige vaak tegenkom: hoe graag we verlies willen verwerken, onze situatie willen accepteren en weer verder willen. En hoe gemakkelijk we daarbij het gevoel kunnen krijgen dat we dat óók nog eens goed moeten doen.
Als je leeft met een chronische ziekte, kun je veel verliezen.
Niet alleen je gezondheid, maar ook vanzelfsprekendheden, toekomstplannen, vrijheid of het vertrouwen dat je lichaam je wel zal brengen waar je wilt zijn.
Soms proberen we dat verlies zo snel mogelijk een plek te geven. We richten ons op wat nog wél kan, proberen positief te blijven of zoeken naar manieren om verder te gaan.
We lezen misschien over acceptatie en verdiepen ons in verwerking of rouw. Dat kan helpend zijn. Maar soms schuilt daar ook een valkuil in: dat we zo hard werken om ons verlies te verwerken, dat we uiteindelijk vooral bezig zijn om het niet meer te hoeven voelen. Alsof we pas verder mogen wanneer het verdriet een plek heeft gekregen. Of dat je pas verder kan als je het ‘goed’ gedaan hebt.
Want besef je alsjeblieft: Hoe mooi het ook klinkt, je hoeft niet meteen iets positiefs te halen uit wat je is overkomen. En hoe mooi ‘verwerken’ en ‘achter je laten ook klinkt’ soms is het gewoon klote. En dat is dan zo.
Misschien herken je dat je jezelf probeert op te peppen wanneer je baalt. Of dat je je schuldig voelt als je het moeilijk hebt, omdat anderen het misschien nog veel zwaarder hebben. Je weet best dat er ook dingen zijn om dankbaar voor te zijn, maar toch doet het pijn. En dat zijn twee kanten, van dézelfde munt.
Het is niet óf, óf. Maar: én, én.
Je hoeft jouw verdriet niet kleiner te maken omdat iemand anders het moeilijker heeft.
Dankbaarheid en verdriet kunnen naast elkaar bestaan.
Je kunt blij zijn met een fijne dag én balen dat je daarna moet bijkomen. Je kunt dankbaar zijn voor de mensen om je heen én het missen om spontaan dingen te kunnen ondernemen. Je kunt accepteren dat je lichaam veranderd is én het soms verschrikkelijk vinden dat dit jouw werkelijkheid is.
Dat is geen ondankbaarheid. Het is ruimte maken voor wat er werkelijk in je leeft.
En juist daarin zit voor mij een belangrijk onderdeel van acceptatie. Acceptatie betekent niet dat je alles goed moet vinden, dat je geen verdriet meer mag hebben of dat je je zo snel mogelijk moet aanpassen aan je nieuwe werkelijkheid. Het betekent ook niet dat je moet stoppen met hopen op verbetering.
Acceptatie kan dus juist betekenen dat je erkent hoe moeilijk je iets vindt, zonder dat je die gevoelens eerst hoeft op te lossen.
Als psycholoog en ervaringsdeskundige zie ik hoe ingewikkeld het kan zijn om je leven opnieuw vorm te geven wanneer je gezondheid niet meer vanzelfsprekend is. Je wilt vooruit, maar je kunt niet anders dan ook eerlijk erkennen wat je onderweg bent kwijtgeraakt. Je wilt je aanpassen aan wat er nu mogelijk is, maar misschien ben je daar emotioneel nog helemaal niet aan toe.
En dat hoeft ook niet allemaal tegelijk.
Hoe graag we iets ook anders zouden willen, herstel en acceptatie laten zich niet afdwingen. Je kunt jezelf ondersteunen, hulp zoeken en stap voor stap ontdekken wat je nodig hebt. Maar je kunt jezelf niet opleggen dat je er nu maar overheen moet zijn. Je lichaam en je emoties hebben hun eigen tempo. En dat tempo is voor iedereen anders.
Misschien komt er op een dag ruimte voor iets nieuws. Voor plezier, voor andere dromen of voor iets wat je nooit had verwacht. Niet omdat het verlies verdwenen is, maar omdat het niet meer het enige is wat er is.
Voor mij voelde 16 oktober dit jaar voor het eerst ook als een feestelijke dag. Niet omdat ik blij ben dat het ongeluk is gebeurd, maar omdat ik naast alles wat ik ben kwijtgeraakt ook iets heb opgebouwd waar ik trots op ben en zie wat het andere mensen nu brengt.
Een kleine oefening voor deze week
Pak eens een blaadje en schrijf op de voorkant: Wat vind ik op dit moment moeilijk aan het leven met mijn ziekte? Schrijf op de achterkant: Wat geeft me, ondanks alles, een fijn gevoel, plezier of betekenis?
Bekijk daarna beide kanten eens. Je hoeft het moeilijke niet kleiner te maken om het mooie te mogen zien. En je hoeft het mooie niet weg te drukken omdat je het moeilijk hebt.
Het zijn twee kanten van hetzelfde blaadje. Ze horen allebei bij jouw leven. Je kunt de ene kant niet uitwissen zonder ook de andere kant uit het oog te verliezen.
Misschien lukt het je om beide kanten ruimte te geven. Misschien voelt dat nog niet zo. Ook dat is oké.
Je hoeft niet te kiezen tussen erkennen wat je bent kwijtgeraakt en genieten van wat er nog wél is. Je mag allebei, op jouw tempo.

En… tot slot: soms is het best lastig om die ruimte voor jezelf te vinden. Juist daarom begeleid ik met Chronisch Geluk mensen met een chronische ziekte bij het vinden van meer balans, zelfzorg en geluk in een leven dat er anders uitziet dan ze hadden gehoopt. Niet door te doen alsof alles goed is, maar door te onderzoeken hoe je, binnen jouw mogelijkheden, weer meer ruimte kunt maken voor wat voor jou belangrijk is.
Wil je ontdekken hoe je meer balans, zelfzorg en geluk kunt vinden in het leven met een chronische ziekte? Via mijn gratis nieuwsbrief deel ik regelmatig inzichten, praktische oefeningen en inspiratie die je helpen om stap voor stap meer ruimte te maken voor wat voor jou belangrijk is.
Meld je hier gratis aan en ontvang inspiratie in je mailbox.
En lees je al mee met mijn nieuwsbrief en merk je dat je hier graag verder mee aan de slag wilt? Met Chronisch Geluk begeleid ik je stap voor stap bij het vinden van meer balans, zelfzorg en geluk in het leven met een chronische ziekte. Je hoeft het niet alleen uit te zoeken. Stuur me hier gewoon een berichtje.
Er zijn op dit moment nog enkele plekjes vrij in het online traject, dus er is geen wachttijd.




Opmerkingen